Plaatsen in Zuid-Limburg

In Nederland is Zuid-Limburg een streek in Limburg vanaf de zogenaamde ‘flessenhals’, waar Nederland het smalst is, en alles ten zuiden daarvan. De streek heeft een oppervlakte van 660 km². In de Franse tijd behoorde dit gebied (zonder de genoemde ‘flessenhals’) tot het Departement van de Nedermaas, dat werd ingesteld aan het einde van 1794, na de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden en de tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden behorende Generaliteitslanden. Sinds 1813 maakte het gebied onderdeel uit van de toen nieuw gevormde provincie Limburg, die in 1839 uiteen viel in een Belgisch en een Nederlands deel. Zowel in de Franse tijd als vanaf 1839 fungeerde Maastricht als hoofdstad.

Het gebied is duidelijk afgebakend en staat ‘van oudsher’ onder deze naam bekend, in tegenstelling tot later ingevoerde termen als Noord-Limburg en Midden-Limburg, die meer recente, ambtelijke indelingen betreffen. Historisch en geografisch wordt de kern van wat men na 1839 is gaan aanduiden als ‘Zuid-Limburg’, gevormd door het oorspronkelijke graafschap Valkenburg met zijn vier hoofdbanken: Meerssen, Klimmen, Beek en Heerlen. Rond deze kern liggen belangrijke andere plaatsen als Maastricht, Sittard en Kerkrade, die nu integraal deel van de regio uitmaken.