Brouwerij Bosch - Vakantie in Limburg

Brouwerij Bosch

Wycker Grachtstraat 26
6221 CX Maastricht

E: info@brouwerijbosch.nl

Brouwerij Bosch is de laatste complete stadsbrouwerij van Maastricht. Als industrieel erfgoed is het complex uniek voor Nederland. Het is volledig intact met mouterij, brouwerij en brouwerswoning!

Sinds 1758 werd hier bier gebrouwen. In 1827 kwam de brouwerij in handen van Nicolaas Bosch. Hij en zijn nazaten hebben de brouwerij doen uitgroeien tot een van de grootste brouwerijen van Maastricht.

In 1970 kwam er een einde aan het brouwen van bier. Vanaf dat moment is de tijd hier stil blijven staan! De 5 etages tellende mouterij, de brouwinstallaties en de brouwerswoning geven de bezoekers een goed beeld hoe een eeuw geleden bier werd gebrouwen en hoe de “Grand Chique de Maestricht” woonde.

Onze gidsen (vrijwilligers) leiden u graag rond in deze unieke brouwerij. Zij laten u de sfeer en onze bieren proeven en nemen u mee terug in de tijd!
Brouwerij De Keyzer aan de Rechtstraat 61 kwam in 1827 in handen van de familie Bosch toen Nicolaas Antoine Bosch van zijn schoonvader Hubert Vlieckx de brouwerij erfde. Nicolaas Antoine Bosch was in 1820 gehuwd met zijn dochter Maria Antoinette Vlieckx.

De familie Vlieckx was een vooraanstaande Maastrichtse familie van brouwmeesters, doctors, apothekers, notarissen en kooplieden. Bij het overlijden van Hubert Vlieckx vermeldt het testament: ‘Een huis met steenweg, brouwerij, koetshuis, stallen, bergplaatsen en tuin uitkomende in de Grachtstraat, gelegen te Wyck Maastricht op de Rechtstraat nr. 253 (nu Rechtstraat 61) en genaamd Den Keizer’. In Maastricht waren in die tijd een veertigtal brouwerijen en Den Keizer behoorde tot de middelgroten.

De meeste leden van de familie Bosch waren nijvere ondernemers, industriëlen. Nicolaas Antoine erfde ook de koloniale warenwinkel van zijn moeder in de Brugstraat no. 253 (nu Maastrichter Brugstraat), was koopman, oprichter van een jeneverbranderij, een zout- en zeepziederij en een azijnfabriek om het verzuurd bier tot azijn te verwerken. Ook werd hij eigenaar van een kaarsenfabriek en een vuursteengroeve in Visé, grondstof voor zijn aardewerkfabriek N.A.Bosch, die hij in 1853 oprichtte aan de overkant van Wycker Grachtstraat 26/Bourgognestraat. Van 1868 tot 1887 werd deze fabriek opgevolgd door een tichel-vloerstenenfabriek en daarna door een marmorite glasatelier.

Na zijn overlijden in 1857 vond er een verdeling plaats onder de vijf kinderen. Hubert Bosch neemt de leiding van de brouwerij over. Het ander onroerend goed werd na 1868 verkocht, zodat voldoende geldmiddelen vrij kwamen om de brouwerij en de jeneverbranderij ingrijpend te vernieuwen en uit te breiden en werd de productie op stoomkracht uitgevoerd.

In 1870 neemt de broer van Hubert, Willem August de leiding van de brouwerij over. Er werden belendende panden aangekocht en de productie van het mouten en brouwen werd naar de zijde van de Wycker Grachtstraat verplaatst waar in 1885 de reusachtige mouterij met vijf verdiepingen werd opgericht. Bosch werd een van de grotere bierbrouwers in de stad met een jaarproductie van meer dan 2000 hectoliter. Met de opkomst van de spoorwegen vond de distributie van Boschbieren door heel Nederland plaats. Het brouwershuis aan de Rechtstraat met de oude brouwerij werd vergroot door de steenweg naar de Kemelse Poort bij de bebouwde oppervlakte te voegen. Willem August maakt het gereedkomen van de nieuwbouw niet meer mee. Hij overlijdt in 1883 op 52-jarige leeftijd.

Willem August Bosch was getrouwd met Maria Catharina Mélotte (1843-1900). Catharina hertrouwt in 1886 met haar 17 jaar jongere aangetrouwde neef Ernest Bosch (1860-1949), zoon van Hubert. Ernest neemt dan de leiding van de brouwerij over. De periode 1880-1914 kan als hoogtepunt van de brouwerij en mouterij worden beschouwd. Rond 1905 werd er gemiddeld zo’n 10.000 hectoliter bier per jaar gebrouwen. De winsten waren aanzienlijk.
In 1913 nam zoon Marcel (1888-1974) de brouwerij van zijn vader over. Marcel wordt geconfronteerd met de ernstige gevolgen van de Eerste Wereldoorlog.

De beste gerst en hop kwamen uit Duitsland, Oostenrijk en België en door een uitvoerverbod waren de brouwerijen afhankelijk van Nederlandse grondstoffen: minder van kwaliteit en schaars te verkrijgen. Bovendien heeft Marcel de noodzakelijke investeringen in de nieuwe brouwtechnologie niet uitgevoerd. Marcel gaf er de voorkeur aan zijn vermogen te maximaliseren door in onroerend goed te investeren. Met alle gevolgen van dien. De mouterij werd in 1927 gesloten. De brouwerij heeft het vooroorlogse niveau van omzet en rendement nooit meer bereikt. In 1970 wordt gestopt met de bierproductie.

Na de dood van Marcel Bosch wordt zijn zoon Paul Bosch eigenaar van de brouwerij en de bijbehorende brouwerswoning. Tientallen jaren heeft hij gewerkt aan de instandhouding van de monumentale gebouwen en de authentieke brouwapparatuur. Hij overleed op 3 januari 2008 en legateerde het unieke brouwerijcomplex aan de Stichting Stoombierbrouwerij De Keyzer N.A. Bosch (thans Brouwerij Bosch).